Hoofdpagina
Vragen aan de sprekers
Programma
Extra informatie
Videoverslag 21 maart 2009

 

 

 

 

Vervolgconferentie: zaterdag 13 februari 2010


Vragen aan de sprekers

Thema: exegese Genesis 1-11.

1.      Zijn er Bijbelse argumenten om Genesis 1 niet letterlijk (als historische dagen) maar metaforisch (allegorisch, poëtisch enz.) te lezen?

2.      Valt Genesis 1 sluitend te exegetiseren? Met name Genesis 1: 1,2 en de vierde scheppingsdag.

3.      Welk model van de aardgeschiedenis past het best bij Genesis 1- 11: jonge aarde, jonge schepping (van het leven); oude aarde, jonge schepping (van het leven); oude aarde, oude schepping (van het leven)? 

4.      Laat Genesis 1 ruimte voor theïstische evolutie: God schiep d.m.v. geleidelijke evolutie in miljoenen jaren?

5.      Laat Genesis 1 ruimte voor progressief creationisme: een serie opeenvolgende, zelfstandige, scheppingsperioden die ieder miljoenen jaren hebben geduurd. In elke scheppingsperiode zouden dan aparte flora’s en fauna’s zijn geschapen.

6.      Welke gevolgen heeft theïstische evolutie voor ons beeld van ’een goede schepping’, de gevolgen van de zondeval, het functioneren van de huidige natuur met z’n dood, ziekte, lijden en natuurgeweld?

7.      Laat Genesis 1 ruimte voor de idee dat er voor Adam en Eva in het paradijs al honderdduizenden jaren tot 2 miljoen jaren (afhankelijk van welke fossielen je als  eerste mensen beschouwt) lang mensen op aarde leefden?

8.      Hoe lees je de geslachtsregisters van Genesis 5 en 10: open, gesloten-als-leeftijden of gesloten-als regeerperioden?

9.      Is het mogelijk om een Bijbelse chronologie op te stellen van Adam t/m Abraham?

Thema: wetenschapsfilosofie.

1.      In welke mate kan wetenschap leiden tot objectieve kennis?

2.      Is er in dit opzicht nog verschil tussen hier-en-nu (operationele) wetenschap en oorsprongswetenschap? Zijn er bijvoorbeeld verschillen qua methodiek en invloed van subjectieve factoren (zoals het wereldbeeld van de onderzoeker) op de theorievorming?

3.      Is creationisme als Bijbelgetrouwe oorsprongswetenschap mogelijk en gelijkwaardig aan naturalistische  oorsprongwetenschap?

4.      Mag je de Bijbel bij oorsprongwetenschap betrekken?

Thema evolutie van de mens.

1.      Wijzen de fossielen van hominiden (mens/aapachtigen) op geleidelijke ontwikkeling van mensen uit een gemeenschappelijke aapachtige voorouder? Of pleiten deze fossielen voor discontinuïteit: aapachtigen versus mensachtigen?

2.      Hoe groot zijn de genetische verschillen tussen chimpansee en mens en wijzen deze verschillen op een gemeenschappelijke  voorouder?

3.      Is geleidelijke evolutie van de mens uit een aapachtige voorouder mogelijk/waarschijnlijk?

4.      Wat is de betekenis van fossielen als de Australopithecus, Ardipithecus, Homo habilis, Homo erectus, Homo Neanderthalerensis, Homo Floresiensis, Ida? In welke relatie staan deze fossielen t.o.v. de mens?

5.      Hoe interpreteer je deze fossielen vanuit een Bijbels perspectief?  Zijn het pre-Adamieten, of passen deze fossielen in een korte Bijbelse chronologie?

Thema aardlagen en fossielen.

1.      Zijn de radiometrische dateringen betrouwbaar en geldig?  Op welke vooronderstellingen zijn ze gebaseerd? En hoe plausibel zijn die?

2.      Hoe verklaren creationisten de gemeten isotoopverhoudingen binnen een kort chronologisch model van de aardgeschiedenis?

3.      Wat zijn de voornaamste kenmerken (facies) van de fossieldragende aardlagen op de continenten qua samenstelling, volgorde, oorsprong, afzettingsmilieu, afzettingssnelheid, fossielinhoud?

4.      Pleiten de aardlagen op de continenten voor een lang-chronologische of een kort-chronologische ontstaansgeschiedenis?

5.      Hoe zijn de fossielen en hun volgorde in de aardlagen ontstaan?

6.      Wijst de volgorde van de fossielen in de aardlagen op (geleidelijke) evolutie?

7.      Is er een alternatieve duiding van het fossielenarchief mogelijk? Bijvoorbeeld in termen van achtereenvolgende catastrofes en daaropvolgende migraties?

8.      Welke modellen zijn er ter verklaring van het ontstaan van gebergten? Wijzen de morfologische kenmerken van  gebergten op een snelle (catastrofistische)  of langzame (actualistische; uniformitarianistische) vorming?

9.      Hoe wordt de platentektoniek verklaard binnen een kort-chronologische en een lang-chronologische visie op de aardgeschiedenis? Wat zijn de argumenten die voor deze alternatieve mechanismen pleiten?

Thema evolutieprocessen.

1.      Welke modellen zijn er ter verklaring van het ontstaan van het leven op naturalistische wijze? Wat is de verklaringswaarde en plausibiliteit van deze modellen?

2.      Hoe wordt de evolutie van prokaryotisch leven naar eukaryotische leven verklaard? Wat is in dit verband de verklaringswaarde en plausibiliteit van de endosymbiose theorie?

3.      Welke (fossiele en genetische ) bewijzen zijn ervoor de evolutie van eencelligen (bacteriën en  algen) naar metazoa( meercellige dieren)?

4.      Hoe plausibel is het evolutie mechanisme dat toevallige puntmutaties (eventueel gecombineerd met gen of chromosoomduplicatie) tot nieuwe biologische informatie leidt waardoor nieuwe biologische eigenschappen en structuren ontstaan? Zijn er voorbeelden van dit type winstmutaties (of zijn alle mutaties schadelijk, neutraal of hebben ze hooguit een gunstig bijeffect) ? En kan het mechanisme van geleidelijke accumulatie van toevallige puntmutaties het ontstaan van volledig nieuwe biologische structuren (longen, vleugels, ogen enz) – d.w.z. macro-evolutie - verklaren?

5.      Wat is de betekenis van recent ontdekte genetische veranderingsprocessen zoals gedifferentieerde genexpressie door microRNA’s, tandem repeats, transposons, hervs, epigenetica, reshuffling van genen en duplicatie van genen of chromosomen?  Wat is het veranderingspotentieel van deze mechanismen: alleen snelle soortvorming (mede als aanpassing aan veranderende milieuomstandigheden) binnen bestaande families of geslachten van organismen (d.w.z. micro-evolutie)? Of kunnen deze mechanismen ook resulteren in fundamenteel nieuwe bouwplannen (dus geheel nieuwe typen van organismen = macro-evolutie)?